Er wordt nog volop gewerkt aan de site, maar April 2026 verwachten we dat de basis staat.
Nieuwsgierig? Meld je aan voor de nieuwsbrief en krijg je de "Vroege Vogel" kortingscode voor de Experience?
Verbeteren & Sturen
“Geen enkel proces is perfect. Er is altijd ruimte om slimmer of efficiënter te werken.”
Besturing en governance
Verbeteren en sturen horen bij elkaar. Waar verbeteren zorgt voor vooruitgang, zorgt sturen voor richting en samenhang. Zonder sturing weten processen niet waar ze naartoe moeten. Besturing (ook wel governance) betekent dat processen worden gevolgd, beoordeeld en bijgestuurd om de afgesproken doelen te bereiken.
Goede procesbesturing zorgt ervoor dat een organisatie niet alleen efficiënt werkt, maar ook betrouwbaar, transparant en in lijn met haar strategie.
Een organisatie bestaat uit tientallen, soms honderden processen die allemaal bijdragen aan het eindresultaat. Als elk proces op zijn eigen manier werkt, zonder samenhang of richting, ontstaan fouten, vertragingen en onduidelijkheid.
Sturen op processen zorgt voor grip. Het maakt zichtbaar hoe het werk verloopt, waar risico’s liggen en of de doelen worden gehaald. Zo kunnen leidinggevenden en proceseigenaren tijdig ingrijpen wanneer iets niet goed gaat.
Sturen op processen is nodig omdat:
- het duidelijk maakt wat belangrijk is en waar prioriteit ligt;
- het helpt om prestaties te monitoren en verbeteren;
- het zorgt voor afstemming tussen afdelingen;
- het ondersteunt transparantie en verantwoording.
Kortom: processturing geeft richting aan verbetering, zodat niet iedereen “op gevoel” werkt, maar op basis van duidelijke afspraken en feiten.

Meten is weten. Zonder inzicht in prestaties is het onmogelijk om goed te sturen. Daarom worden processen vaak gevolgd met behulp van prestatie-indicatoren (KPI’s). Deze laten zien hoe een proces presteert op bijvoorbeeld kwaliteit, snelheid, klanttevredenheid of kosten.
Goede procesindicatoren zijn:
- Meetbaar: cijfers of percentages die objectief te volgen zijn.
- Beïnvloedbaar: de procesverantwoordelijke kan actie ondernemen om de score te verbeteren.
- Relevant: de indicator zegt iets over het doel van het proces.
- Begrijpelijk: iedereen weet wat er wordt gemeten en waarom.
Voorbeelden van veelgebruikte procesindicatoren:
- Doorlooptijd: hoe lang duurt het proces van aanvraag tot resultaat?
- Foutpercentage: hoeveel keer gaat er iets mis?
- Klanttevredenheid: hoe ervaart de klant de dienstverlening?
- Kosten per transactie: wat kost het om één processtap uit te voeren?
Het is verstandig om niet te veel indicatoren tegelijk te gebruiken. Een klein aantal goedgekozen metingen geeft meer duidelijkheid dan een lange lijst cijfers.
Voorbeeld uit de praktijk:
Een gemeente meet de doorlooptijd van vergunningaanvragen. Wanneer blijkt dat aanvragen te lang blijven liggen bij een specifieke stap, wordt het proces aangepast. De doorlooptijd daalt en inwoners krijgen sneller antwoord.

Elke organisatie die procesgericht werkt, heeft proceseigenaren. Dat zijn mensen die verantwoordelijk zijn voor het functioneren en verbeteren van een proces als geheel en niet alleen voor hun eigen deel.

De proceseigenaar:
- bewaakt de doelen, kwaliteit en prestaties van het proces;
- zorgt dat afspraken tussen afdelingen worden nageleefd;
- signaleert verbeterkansen en initieert acties;
- rapporteert over resultaten aan het management.
Een goede proceseigenaar heeft overzicht, verbinding en invloed. Hij of zij kent het proces van begin tot eind, begrijpt de belangen van verschillende betrokkenen en zorgt dat verbeteringen ook echt worden doorgevoerd.
Voorbeeld uit de praktijk:
In een ziekenhuis is de proceseigenaar van het opnameproces verantwoordelijk voor de gehele patiëntreis, van aanmelding tot opname. Door regelmatig overleg te voeren met artsen, verpleegkundigen en administratie zorgt hij ervoor dat het proces soepel blijft verlopen en knelpunten snel worden opgelost.
Proceseigenaarschap zorgt voor continuïteit: iemand houdt steeds “de vinger aan de pols” en voorkomt dat processen onnodig afwijken of stilvallen.
Een organisatie kan alleen goed sturen als duidelijk is binnen welke grenzen dat gebeurt. Kaders en spelregels geven richting en zekerheid. Ze zorgen ervoor dat processen niet alleen effectief zijn, maar ook voldoen aan wetgeving, interne richtlijnen en kwaliteitsnormen.
Kaders kunnen gaan over:
- wet- en regelgeving (bijvoorbeeld AVG, veiligheid of milieu);
- interne beleidseisen of kwaliteitsstandaarden;
- afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
- procedures voor rapportage en besluitvorming.
Spelregels zijn de praktische vertaling van die kaders in het dagelijks werk. Ze helpen medewerkers om de juiste keuzes te maken zonder steeds alles te hoeven afstemmen.

Voorbeeld uit de praktijk:
In een logistiek bedrijf geldt een vast protocol voor kwaliteitscontrole. Medewerkers weten precies welke stappen ze moeten nemen om producten veilig te verzenden. Deze spelregels zorgen voor consistentie, maar laten ruimte voor verbeterideeën uit de praktijk. Goede kaders beperken dus niet, maar ondersteunen. Ze geven duidelijkheid en voorkomen dat processen ontsporen of willekeurig worden uitgevoerd.